Aanmelden

Gebruikersnaam Paswoord

Registreren

 

Wetgeving

De Belgische wetgeving maakt duidelijk dat iedereen die in het bevolkingsregister of sedert meer dan zes maanden in het vreemdelingenregister is ingeschreven na het overlijden als potentiële donor beschouwd mag worden, indien tenminste hij/zij zich bij leven hiertegen niet uitdrukkelijk heeft verzet, dit noemt men het opting-out systeem. In sommige andere landen van Europa bestaat ook het opting-in systeem.

Presumed Consent
(Opting-Out)

  • België
  • Finland
  • Frankrijk
  • Italië
  • Luxemburg
  • Oostenrijk
  • Portugal
  • Slovenië
  • Spanje
  • Zweden

Informed Consent
(Opting-In)

  • Cyprus
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Griekenland
  • Groot Britannië
  • Ierland
  • Nederland
  • Noorwegen
  • Turkije

Verzet of expliciete toestemming tegen of voor donatie van eigen organen kan geregistreerd worden op het gemeentehuis. Nabestaanden van de eerste graad en de samenwonende echtgeno(o)t(e) kunnen zich na het overlijden nog verzetten als de overlijdene zich niet uitdrukkelijk als donor heeft laten registreren.
Hier zijn wel nog een paar voorwaarden aan verbonden:

  • Iedere orgaanwegname moet door een chirurg gebeuren in een ziekenhuis
  • De implantatie moet in een erkend transplantatiecentrum gebeuren
  • Orgaandonatie mag niet op basis van winst gebeuren
  • De overledene moet met respect behandeld worden

De wettekst zelf kan u hier vinden: wettekst.
Aanpassingen worden aangekondigd in het Belgisch Staatsblad.

Algemeen

De wet is 20 jaar geleden gestemd op 4 juni 1986 en verscheen in het Staatsblad op 14 februari 1987. Hij is enkel van toepassing op het wegnemen van organen en weefsels. Het overbrengen van embryo’s en het gebruiken van eicellen en sperma is niet geregeld door deze wet. Het individu die organen of weefsels schenkt, noemt men de donor. Degene die ze ontvangt, noemt men de receptor. Iedere wegneming en transplantatie moet gebeuren door een geneesheer en in een ziekenhuis. Belangrijk is ook dat afstand van organen niet met het oogmerk van winst mag geschieden. Orgaanhandel, die in sommige landen toegelaten is, wordt in België verboden.

Wegneming bij levenden

De wet laat levende donatie toe. Maar wanneer de wegname bij levenden ernstige gevolgen kan hebben voor de donor of wanneer zij betrekking heeft op organen die niet regenereren, kan ze alleen worden verricht als de receptor in levensgevaar is en er geen geschikte overledene donor is. Iedereen die levende donor wil zijn moet 18 jaar zijn en de toestemming van ouders, voogd of echtgeno(o)t(e)hebben. Indien de wegneming bij een broer of zuster gebeurt, moet men geen 18 jaar maar 15 jaar zijn. Terug is toestemming van ouders, voogd of echtgeno(o)t(e) een vereiste. Deze toestemming moet vrij en bewust gegeven worden en is altijd herroepbaar. Ze wordt schriftelijk vastgelegd in het bijzijn van een meerderjarige getuige. Dit bewijs wordt aan de arts afgegeven. De wet voorziet ook dat de geneesheer de plicht heeft duidelijke inlichtingen te verschaffen over de lichamelijke, psychische, familiale en sociale gevolgen van een levende donatie. Hij moet controleren of er geen beloftes aan de donor zijn gedaan en inschatten of de donor de mogelijke gevolgen goed begrijpt.

Wegneming na overlijden

De wetgever heeft hier voor een opting-out systeem gekozen. Iedereen in België die gedurende 6 maanden is ingeschreven in het bevolking- of vreemdelingenregister is donor tenzij hij of zij verzet hebben geuit. Een ander soort wetgeving is het opting-in systeem zoals in Nederland, waar men verplicht  is de familie toelating te vragen voor donatie.
Iedereen in België die in staat is zijn wil te doen kennen kan verzet uiten. Wanneer men wegens geestestoestand (bv. kinderen) niet in staat is zijn wil te doen kennen kan de wettelijke vertegenwoordiger verzet uitdrukken.
Het verzet wordt geregeld door de diensten van het Rijksregister en de gegevens worden bewaard in een databank. In praktijk kan men naar het gemeentehuis gaan en zijn wil kenbaar maken door het invullen van een formulier. (zie bijlage 3) Men heeft de keuze zich te verzetten of uitdrukkelijk toestemming te geven.
In België zijn er ongeveer 300.000 personen die hun wil kenbaar hebben gemaakt.
De Belgische transplantatiecoördinatoren kunnen 24 uur op 24 uur deze databank controleren via internet met een beveiligde code. In onderstaande figuur zien we een duidelijke stijging van het aantal mensen dat toestemming geeft. Door acties van het ministerie (radiospots, affiches, voordrachten), is het aantal personen die toestemmen meer dan verdubbeld in de laatste 4 jaar.
De campagne ‘Beldonor’ en zeker ook de actie ‘Mijn gemeente komt in beweging’, op de verkiezingsdag, hebben heel wat mensen overtuigd.

De geneesheren mogen geen organen wegnemen indien er verzet is in de databank. Ook wanneer ze kennis hebben dat de donor op een andere wijze (opname ziekenhuis, via een donorcodicil) verzet heeft geuit, mogen organen niet worden verwijderd.
De wet van 1986 voorziet ook dat familie in 1ste graad verzet kan uiten. Maar is in 2007 weggelaten. “Wanneer de donor op een andere wijze verzet heeft uitgedrukt en de arts is daarover ingelicht, kunnen er geen organen weggenomen worden”.  Dit betekent in pricipe dat ook familie in eerste graad de weigering kan overbrengen naar de arts. De arts zal de familie moet inlichten over de hersendood en na controle van de data-bank de melding geven dat de overledene geen bezwaar had omtrent orgaanafstand.

Het verzet van familie schommelt tussen de 15% en 20%. In 2008 was de 12% het laagste cijfer sinds registratie.
Wanneer er natuurlijk uitdrukkelijke toestemming is via het Rijksregister, is er geen verzet meer mogelijk van de nabestaanden.

 

Een heel belangrijk punt in de wet is het vaststellen van de dood. Men kan enkel donor zijn wanneer men hersendood is en in bepaalde situaties hartdood (Non Heart Beating Donor). De wet voorziet dat 3 geneesheren, met uitsluiting van artsen die te maken hebben met de transplantatie, de hersendood vaststellen. Voor de manier waarop moet gebeuren, verwijst de wet naar de laatste stand van de wetenschap.
De familie weigert soms om organen af te staan, omdat ze de hersendood niet begrijpen. Iedereen die in een ziekenhuis aankomt wordt behandeld als patiënt en niet als donor. Het is pas na het instellen van therapie met als doel de patiënt te redden en nadat blijkt dat de  behandeling geen resultaat heeft, dat men aan orgaandonatie kan denken.
Het verliezen van een patiënt is voor de arts en verpleegkundigen emotioneel heel zwaar. Ze moeten ook denken aan de mensen die op de wachtlijst voor transplantatie staan.  De behandelende arts is wettelijk verplicht om zijn collega’s, meestal een neurochirurg, neuroloog of een kinderarts te vragen of zij ook tot dezelfde conclusie van hersendood komen.
Volgens de orde van geneesheren moet de vaststelling van de dood op cerebrale normen veronderstelt worden als een irreversibel coma op grond van een geheel van concorderende anamnestische, klinische en technische gegevens. De patiënt niet langer spontaan ademt en zijn toestand het gevolg is van een definitieve uitval van de hersenfuncties. Het coma niet is veroorzaakt door geneesmiddelen, toxische stoffen, noch door een ernstige hypothermie (onderkoeling) of door metabole stoornissen; buiten die gevallen moet de oorzaak van het coma met voldoende zekerheid vaststaan. De vaststelling bevestigd wordt door een geheel van passende technische onderzoekingen.
Meestal heeft iedere patiënt verdoving gekregen als therapie en moet men wachten tot het verdovingsproduct uit het bloed verwerkt is, zoniet moeten bijkomende onderzoeken de hersendood bevestigen. Meestal wordt er een electro-encephalogram (EEG) en een angiografie van de hersenen gedaan om na te kijken of er nog elektrische hersenactiviteit of bloedflow is.
De wet bepaalt ook dat er respect moet zijn voor het lichaam. Men moet bezorgd zijn om de gevoelens van de familie. Wanneer het gaat om een gewelddadige, onbekende of verdachte dood moet men toestemming vragen aan het parket die eventueel een gerechtsgeneesheer stuurt voor een uitwendige autopsie. De identiteit van de donor en de receptor mag niet worden medegedeeld. Er is steeds controle mogelijk in elk ziekenhuis en bij overtreding van de wet is er een strafbepaling van geldboete tot gevangenisstraf.

Aandachtspunten:

- 15-20 % van de nabestaanden tekenen verzet aan:

Vrees dat hun familielid niet “echt” dood is.
Afscheid nemen “onnatuurlijk”.
Onenigheid tussen de familieleden onderling.
Bepaalde rituelen die niet kunnen doorgevoerd worden.

- VOORKOMEN VERZET:

Klaar uitleggen van hersendood.
Deze mededeling
      - laten bezinken
      - loskoppelen van de vraag naar orgaandonatie

Ook bij een weigering wordt de behandeling gestaakt, vermits de patiënt overleden is.

UZ Gent Transplantatiecentrum - De Pintelaan 185 - 9000 Gent - tel 09 332 21 11